Denk wel dat er hele belangrijke verschillen zijn. Het is zeker niet zo dat het niet kan, de tijd van Wennemars was ook niet belabberd, maar niet goed genoeg. Stolz had het misschien wel gekund, zeker voor zilver denk ik, de tijd van de Boo was zelfs voor hem dan verwacht ik buiten bereik geweest.
- Bij Shorttrack moet iedereen zo vaak schaatsen. Iedereen heeft dus dezelfde inspanning. Bij schaatsen moet hij in zijn eentje 2x die inspanning leveren en dan op 95% beter presteren dan die andere op 100%. Die vermoeidheid speelt zeker ook een rol bij Shorttrack. Velzeboer schaatst een WR in de halve finale met Fontana vlak achter haar. In de finale red ze dit niet meer mede vanwege de vermoeidheid, maar dat is niet erg, want Fontana is nog erger vermoeid en kan haar iets lagere tempo nu niet volgen.
- Bij Shorttrack schaats je tegen elkaar. Als je beter bent dan hoef je niet altijd 100% te geven. Het gaat niet om de tijd, je moet gewoon sneller zijn dan de rest. Je ziet vaker dat schaatsers krachten proberen te sparen, die kunnen beter, maar blijven lekker achter iemand zitten en gaan op reserve door of verslikken zich soms en vliegen eruit. Een mindere tegenstander die voluit gaat kan dan wel eens verrassen, maar heeft niet meer de energie om dat daarna nog eens te doen. Of je moet er zo ver achter liggen dat je geen last hebt van de valpartijen voor je en goud pakken.

- Bij Shorttrack trainen ze hierop. Die hebben dus ook een bepaald duurvermogen allemaal. Ze houden er ook rekening mee, die kunnen niet na elke rit helemaal verzuurd zijn. Bij schaatsen trainen ze op één krachtexplosie, zeker bij de sprintafstanden. De Boo zijn benen zijn vaak zo verzuurd dat hij niet eens kan zitten. Tja dan heb je wel even nodig voordat je weer zo’n prestatie kan leveren.
- De omstandigheden zijn bij zo’n reskate niet geweldig. Geen tegenstander, ijs ligt er al ‘lang’ en de luchtcirculatie is stilgevallen. Dus zelfs als je zelf top bent, sta je al met 1-0 achter en daar komt het mentale aspect nog bovenop.
- Bij Shorttrack rijd je constant bochten, daar gaat het toch ook veel om techniek. Ook tactiek speelt daar een grotere rol. Achter iemand gebruik je minder energie. De pure fysieke inspanning is dan ook minder dan op de lange baan.
Volgens mij dus wel genoeg redenen waarom het voor Wennemars bijna niet te doen was. Het is ook niet zo dat Wennemars dik onder de tijd van Ning was gegaan. Hij moest gewoon in 2de instantie een perfecte race neerzetten, ja die kans was klein. Als Kok dit op de 500 meter meemaakt dan geef ik haar wel gewoon een kans in de reskate.